Titeren


Het titeren als alternatief voor vaccinatie is de afgelopen jaren in opkomst geraakt en blijft ook in populariteit toenemen, zowel onder bezitters van honden en katten, als onder dierenartsen. Reden dus om, naast onze informatie over vaccinatie, nu ook alles over het titeren op onze website uit te leggen.

Omdat dit onderwerp momenteel vooral onder hondenbezitters veel bekendheid heeft verworven en we de titertest ook vooral bij honden gebruiken, beperken wij ons even tot het titeren van honden, maar in de nabije toekomst zullen we ook het titeren bij katten gaan bespreken.

Het titeren is vooral ontstaan als alternatief voor de veel bediscussieerde jaarlijkse hervaccinatie. Daarom leggen we eerst even uit waarom we altijd jaarlijkse hervaccineren hebben geadviseerd - en misschien nog altijd wel doen. Daarna leggen we uit wat de titertest is en wat de voor- en nadelen van de test zijn. Tot slot maken we ook duidelijk wat voor houding wij aannemen met betrekking tot vaccineren en titeren. Wil je echt alles weten over de vaccinatie en de ziektes waartegen gevaccineerd wordt bij honden, check dan ook de andere pagina's binnen deze rubriek.

Core en Non-core vaccins van de hond De jaarlijkse hervaccinatie bij een volwassen hond. Is dat eigenlijk wel nodig?

Als je jouw hond hebt laten vaccineren krijg je meestal een jaar later een oproepje van de dierenarts om de vaccinatie van je hond te laten herhalen. De reden hiervoor is om de bescherming op peil te houden. Zo wordt bij de hond om de 3 jaar de vaccinatie tegen hondenziekte, parvo en besmettelijke leverziekte herhaald en wordt de vaccinatie tegen leptospirose en kennelhoest elk jaar opnieuw gezet. Waarom?

Core en Non-core vaccins
Voor honden bestaan er zogenoemde core en non-core vaccins. De core vaccins zijn de vaccinaties waar het liefst alle honden op de wereld mee worden gevaccineerd. Volgens de WSAVA, de World Small Animal Veterinary Association, een soort wereldgezondheidsorganisatie voor gezelschapsdieren, behoren de vaccins tegen parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte voor de hond tot de core vaccins. Ongeacht de levenssituatie van de hond zou iedere hond op de wereld tegen deze ziektes gevaccineerd horen te worden. De ziektes komen namelijk wereldwijd voor en kunnen nog altijd voor gezondheidsproblemen zorgen.

Dr. Herman Egberink, de veterinaire viroloog van de faculteit Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht, adviseert dat voor Nederland ook de vaccinatie tegen leptospirose bij de hond tot de core vaccins gerekend moet worden. Leptospirose is een besmettelijke ziekte die ook voor de mens gevaar oplevert. Door de toename van een meer warmere en vochtigere klimaat is in Nederland de afgelopen jaren de incidentie van leptospirose bij de mens gestegen. De vaccinatie tegen leptospirose dient jaarlijks herhaald te worden en dat is dus de reden waarom je jaarlijks een oproepje van de dierenarts krijgt.

Tot de non-core vaccins bij de hond horen de vaccinaties tegen kennelhoest en rabiës. Afhankelijk van de levenssituatie van de hond wordt al dan niet besloten om tegen deze ziektes te enten. De vaccinatie tegen rabiës dient om de 3 jaar herhaald te worden, de vaccinatie tegen kennelhoest moet jaarlijks worden herhaald.


Titeren als alternatief voor vaccineren?

De jaarlijkse hervaccinatie van mijn hond, is dat eigenlijk wel echt nodig? Deze vraag horen we vaker van de hondeneigenaar. Sommige eigenaren van hun hond zijn van mening dat de vaccinatie van hun hond als pup voldoende is geweest en deze hun hele leven zal beschermen. Andere mensen vinden de jaarlijkse oproep van hun dierenarts voor hervaccinatie van hun hond, kort gezegd, geldklopperij. Weer andere hondeneigenaren vinden het niet prettig dat hun hond elk jaar een vaccin krijgt toegediend, terwijl dit niet nodig zou zijn. Het is heel begrijpelijk dat eigenaren van honden vraagtekens zetten bij de jaarlijkse oproep voor vaccineren, aangezien wij mensen meestal ook alleen als kind gevaccineerd zijn. En dat er vanuit de hondenbezitter vraag is naar meer inzicht in de bescherming van hun hond is ook heel begrijpelijk. Vandaar dat het titeren, zoals dat met de VacciCheck bijvoorbeeld kan, in populariteit de afgelopen jaren sterk is toegenomen. En het gebruik van deze test juichen wij als dierenarts ook toe.

Om meer uitleg te kunnen geven over het titeren als alternatief voor vaccineren is het misschien wel handig om eerst te weten wat er in het lichaam na vaccinatie gebeurt en hoe dit mechanisme een dier kan beschermen.

Humorale immuniteit
Van een aantal virale ziektes bij onze hond is er vastgesteld dat het gehalte aan antistoffen in het bloed direct in verband staat met de graad van bescherming. Dus wanneer een hond veel antistoffen tegen het parvovirus in het bloed heeft, dan betekent dit dat de hond een sterke bescherming heeft tegen het parvovirus. Zelfs in een omgeving met een hoge infectiedruk zal deze hond voldoende beschermd zijn. Anderzijds, als een hond heel weinig antistoffen tegen het parvovirus heeft, dan zal een lichte infectie de hond al ziek kunnen maken en het virus naar gevoelige soortgenoten kunnen verspreiden.

Voor welke virale ziektes geldt nu dat een hoge antistofgehalte, ook wel titer genoemd, gelijk staat aan een hoge graad van bescherming? Bij de hond is dat het geval voor parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte. Na vaccinatie tegen deze ziektes worden antistoffen gevormd, ook wel de humorale immuniteit genoemd. Na infectie zijn het deze antistoffen die het echte virus in het lichaam snel onschadelijk kunnen maken.

Bescherming meten door titeren
Het voordeel van deze vorm van immuniteit is dat we het gehalte aan antistoffen in het bloed, deze titer, kunnen meten en dat we daardoor kunnen concluderen of een hond goed of slecht tegen deze ziektes beschermd is en of vaccinatie dus wel of niet herhaald dient te worden. Algemeen wordt aangenomen dat de bescherming na vaccinatie tegen deze ziektes minstens 3 jaar aanwezig is, maar door de titer te meten kunnen we zien of de bescherming eventueel al eerder of later weg is. Dit zorgt ervoor dat we gerichter kunnen vaccineren, in plaats van enigszins blind de vaccinatie te moeten herhalen.

Vroeger was het titeren omslachtig, omdat het alleen bij gespecialiseerde laboratoria uitgevoerd kon worden. Tegenwoordig hebben veel dierenartsen een sneltest in huis, de VacciCheck, waardoor ze zelf kunnen onderzoeken of hervaccinatie noodzakelijk is en er is maar een kleine hoeveelheid bloed nodig. Alhoewel, sneltest? De totale doorlooptijd neemt toch wel ongeveer een half uur in beslag, dus helaas is het niet zo dat je tijdens hetzelfde dierenartsbezoek meteen de uitslag hebt.

VacciCheck



Cellulaire immuniteit
Na een vaccinatie worden er niet alleen antistoffen gemaakt, maar ook geheugencellen zullen de vaccinatie onthouden. En laat nu het geval zijn dat bij sommige ziektes waartegen gevaccineerd wordt juist eerder een beroep gedaan wordt op de bescherming via deze geheugencellen dan via antistoffen. We kunnen bij deze besmettelijke ziektes dus niet concluderen dat een laag antistofgehalte een slechte bescherming betekent.

Dit geldt voor de vaccinatie tegen leptospirose en kennelhoest bij de hond. De beschermingsgraad na vaccinatie tegen deze ziektes is dus - helaas - niet te meten.


Zoveel mogelijk honden, zo min mogelijk vaccineren
Het voeren van een evidence based diergeneeskunde is iets wat iedere dierenarts zou horen te willen nastreven. Het verdient namelijk de voorkeur om eerst iets te onderzoeken, iets vast te stellen en naargelang daarvan een diergeneeskundige handeling uit te voeren. Het zou dus het beste zijn om eerst te titeren voordat een vaccinatie gegeven wordt. Wat zou dit in de praktijk betekenen?

Titeren en vaccineren van pups
Pasgeboren pups krijgen via de melk van de moeder antistoffen die hen in de eerste levensweken tegen ziekte beschermen, dit noemen we de maternale immuniteit. Deze antistoffen hinderen echter de opbouw van immuniteit na vaccinatie, doordat de verzwakte virussen uit het vaccin door de verkregen antistoffen van de moeder onschadelijk worden gemaakt. Vaccinatie is dus pas mogelijk als de antistoffen van de moeder voldoende verdwenen zijn. Op onze website geven we op een andere pagina, inclusief illustraties, uitgebreide uitleg over deze maternale immuniteit bij pups. Het is hele nuttige informatie voor iedereen die een pup heeft of die zijn of haar teef een nestje pups wil laten krijgen. Via deze link kom je snel op deze pagina.

De titertest maakt geen onderscheid tussen gekregen en zelf aangemaakte antistoffen, dus het juiste moment van vaccineren zou met de VacciCheck vastgesteld kunnen worden. Zo worden de pups niet onnodig gevaccineerd. In de praktijk houdt het in dat pups vanaf de leeftijd van 6 tot 8 weken voor het eerst getiterd worden op aanwezigheid van maternale antistoffen. Als deze voldoende verdwenen zijn, dan kan er gevaccineerd worden. Is het gehalte aan maternale antistoffen nog te hoog, dan dient er na 3 weken opnieuw een titerbepaling uitgevoerd te worden, aangezien op basis van een enkele titerbepaling helaas niet voorspeld kan worden wanneer de maternale antistoffen voldoende verdwenen zijn.

Overigens dient bij alle pups uit hetzelfde nest de titer te worden bepaald, aangezien de maternale bescherming tussen pups erg kan verschillen. Omdat parvo een frequent voorkomende ziekte is, is de uitslag van parvo bepalend in de beslissing om al dan niet tot vaccinatie over te gaan.

Veel pups krijgen vaak met 6 weken de eerste enting. De nieuwe eigenaar die voor de latere vaccinatie een beroep wil doen op de titerbepaling zal eerst minimaal twee maal een titerbepaling moeten laten doen. Een eerste test waarbij antistoffen worden gevonden geeft namelijk geen duidelijkheid of deze afkomstig zijn van de moeder of na vaccinatie. Een tweede test waarbij een daling gezien wordt betekent dat het om maternale antistoffen heeft gegaan. In dat geval kan het zijn dat er na 3 weken opnieuw getiterd moet worden, al naargelang de uitslag van de titertest.

Titeren van volwassen honden
Volwassen honden kunnen 4 weken na vaccinatie getiterd worden om te beoordelen of de vaccinatie voldoende is aangeslagen. Een klein percentage van alle honden produceert namelijk niet of onvoldoende antistoffen, deze worden ook wel de non-responders genoemd. Als eigenaar is het wel fijn om dit te weten zodat vaccinatie geen gevoel van schijnveiligheid kan geven en er een ander merk vaccin geprobeerd kan worden of dat er andere voorzorgsmaatregels genomen kunnen worden indien een hond niet op vaccinatie blijkt te reageren.

De vaccinatie tegen de ziektes die door titeren gemeten kunnen worden, worden normaal gesproken om de 3 jaar opnieuw herhaald. Door te titeren op het moment dat de vaccinatie normaal gesproken herhaald zou moeten worden, kan geconcludeerd worden of hervaccinatie ook wel echt nodig is, of dat het misschien wel 1 tot 3 jaar uitgesteld kan worden. Het doel is om tegen de ziektes die wereldwijd nog geregeld bij de hond voor komen zoveel mogelijk honden zo min mogelijk te vaccineren.

Ook bij honden waar de voorgeschiedenis niet bekend van is kan met een titertest onderzocht worden hoe het met de bescherming tegen ziektes staat en kan op basis daarvan al dan niet besloten worden om de vaccinatie te herhalen. Ook voor hondeneigenaren die van mening zijn dat een eenmalige enting een levenslange bescherming geeft krijgen met een titertest meer zekerheid van hun veronderstelling. En voor honden die allergisch reageren op vaccinatie biedt het titeren ook een uitkomst.


De voordelen van de VacciCheck

Bescherming zichtbaar maken
Voor de eigenaar van een hond is de titertest een uitkomst om zonder twijfel te kunnen vaststellen dat een hond tegen algemeen voorkomende virale ziektes goed beschermd is. En dit gevoel van zekerheid geldt ook voor de dierenarts. Ook al weet je als dierenarts heel goed wat het belang en effect van vaccinatie is, ook bij ons gaat het na vele jaren als een routinehandeling voelen. Wanneer je de titer voor en na de vaccinatie ook daadwerkelijk kunt zien, dan is het toch echt mooi dat er zoiets als een titertest en vaccinatie bestaat.

Uitslag VacciCheck voor en na vaccinatie Hiernaast is een voorbeeld te zien van een titerbepaling voor en na vaccinatie.

Op het strookje zijn, als het goed is, vier stipjes zichtbaar. De meeste rechtse op de strip is de referentiestip De 3 stipjes links daarvan moeten donkerder zijn dan de referentiestip.

We zien dat bij de eerste titertest de meest linkse stip niet tot amper zichtbaar is. Deze hond had te weinig antistoffen tegen het hondenziektevirus. De reden om tot hervaccinatie over te gaan.

Vier weken na vaccinatie is de titertest opnieuw gedaan. Nu is te zien dat de meest linkse stip, die de titer voor het hondenziektevirus aangeeft, mooi donker gekleurd is en donkerder is dan de referentiestip.

Dankzij vaccinatie is de titer - en dus de bescherming - bij deze hond weer helemaal in orde.

Bij teven waarmee gefokt wordt is het goed om de beschermingsgraad ruim voor de dek te laten controleren, vooral indien de teef niet volgens het algemene advies is gevaccineerd. Zit het namelijk met de antistoftiter van de teef goed, dan zullen de toekomstige pups een sterke en langdurige bescherming van de moeder krijgen en is de kans op problemen in de eerste levensweken van de pups een heel stuk kleiner. En wie wil dat nou niet?

Zo min mogelijk vaccineren is mogelijk
Door de antistoftiter te meten is het mogelijk om tegen parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte zo min mogelijk te vaccineren. Het blind toedienen van vaccins bij honden waar het eigenlijk helemaal niet nodig is behoort tot de verleden tijd. Over het algemeen wordt aangenomen dat na vaccinatie de bescherming tegen deze ziektes minimaal 3 jaar aanwezig blijft. Nu kunnen we dankzij de VacciCheck echter ook zien of de bescherming korter of langer dan 3 jaar aanwezig blijft waardoor gericht vaccineren mogelijk is.


De nadelen van de vacciCheck

Jaarlijkse hervaccinatie blijft noodzakelijk
Voor de hond blijft de jaarlijkse vaccinatie noodzakelijk, ondanks titeren. Zoals eerder besproken behoort de vaccinatie tegen leptospirose in Nederland tot de core vaccinaties en is de mate van bescherming niet af te leiden aan de hoogte van de antistoftiter. Er kan dus niet op worden getiterd en aangezien bescherming door vaccinatie maar een jaar kan worden gegarandeerd is het nodig de vaccinatie tegen lepto ieder jaar te herhalen. Hetzelfde geldt voor de vaccinatie tegen kennelhoest voor die honden waar de levenssituatie de enting hiertegen dat vereist.

Er bestaan (nog) geen afzonderlijke vaccins
Wanneer met een titerbepaling wordt vastgesteld dat de bescherming tegen parvo en hondenziekte in orde is, maar de hond te weinig antistoffen tegen besmettelijke leverziekte heeft, dan kan er helaas (nog) geen afzonderlijk vaccin tegen besmettelijke leverziekte gegeven worden. Momenteel bestaan er namelijk alleen nog combinatievaccins: hondenziekte + parvo (DP) of hondenziekte + besmettelijke leverziekte + parvo (DHP). Een hond waarbij de vaccinatie tegen besmettelijke leverziekte herhaald dient te worden, zal zodoende ook automatisch opnieuw tegen parvo en hondenziekte worden gevaccineerd, ook al was dit volgens de uitslag van de titertest niet nodig.

Wanneer het titeren de nieuwe standaard van vaccineren wordt, dan is de verwachting dat vaccinproducenten op termijn mee zullen ontwikkelen en dat er na verloop van tijd wel afzonderlijke vaccins op de markt gaan komen. Tot die tijd zullen we helaas aangewezen zijn op de huidige combinatievaccins.

Uitslag is niet direct bekend
Alhoewel de vacciCheck als een in-huis-sneltest bekend staat is het uitvoeren van de test niet zo heel erg snel. Het duurt een half uur voordat de uitslag bekend is. Daardoor is het vaak niet mogelijk om tijdens hetzelfde bezoek zowel de uitslag als de eventuele enting in orde te hebben. Gezien de tijd die het testen kost voeren veel dierenartsen de titertest op een vaste dag van de week voor meerdere dieren tegelijk uit.

Te invasieve benadering voor pups
Voor pups vinden wij de titerbepaling een redelijke intensieve en invasieve benadering. De werkwijze van de titerbepaling houdt namelijk in dat bij een pup vanaf de leeftijd van 6 weken misschien wel 3 tot 4 maal bloed moeten worden afgenomen vooraleer tot vaccinatie wordt overgegaan.

Het afnemen van bloed bij een heel nest pups, het uitvoeren van de titertest, het opnieuw bloed afnemen, testen en vaccineren van pups. Alles bij elkaar betekent dit dat er redelijk frequent afspraken met de dierenarts gemaakt moeten worden voor opnieuw testen en vaccinatie. Het algemene vaccinatieschema van enten op 6, 9 en 12 weken is naar onze mening voor de pup diervriendelijker en in vergelijking met het titeren ook een beter alternatief (zie verder).

Mocht je als nieuwe eigenaar van een pup die op 6 weken al gevaccineerd is over willen gaan op het vaccineren op basis van titeren, dan dien je minimaal twee titertesten te laten uitvoeren voordat je weet of je pup nog verdere vaccinaties wel of niet dient te ontvangen.

Vaccinatie op basis van titeren is niet 100% betrouwbaar bij pups
Alhoewel de titertest betrouwbaar is, kunnen pups meestal al wel met succes gevaccineerd worden ook al geeft de VacciCheck aan dat dit niet het geval is. De meeste vaccins zijn namelijk tegenwoordig heel goed in het doorbreken van de maternale immuniteit. Pups kunnen daardoor onnodig een risicovolle periode meemaken waarin ze slecht beschermd zijn door een laag antistofgehalte van de moeder, terwijl ze wel al via vaccinatie een eigen bescherming hadden kunnen opbouwen.

Herhalen titertest bij jongvolwassen honden
Normaal gesproken kan bij een goede uitslag van de titertest het advies gegeven worden om na 3 jaar opnieuw de bescherming tegen parvo, hondenziekte en besmettelijke leverziekte te controleren. Voor jonge volwassen honden geldt dit echter niet. Daar is het advies om de titertest sowieso na een jaar te herhalen, ook al heeft de hond de allerhoogste titerscore. Bij jongvolwassen honden kan namelijk de antistoftiter snel dalen. Dit is door fabrikanten van de titertesten ook vastgesteld, waardoor ook zij adviseren om bij jongvolwassen honden de titertest een jaar later te herhalen in plaats van het algemene advies van om de 3 jaar.

Jaarlijkse gezondheidscontrole
Eigenlijk is het niet verkeerd om jaarlijks even met je hond naar een dierenarts voor controle te gaan, vooral wanneer je hond jong of juist al aardig op leeftijd is.

Je hond kan gezondheidsproblemen hebben die je zelf niet opgemerkt hebt. Een hond kan je niet vertellen hoe hij zich voelt, maar een dierenarts kan door het onderzoeken van een dier en een vraaggesprek met de eigenaar veel meer over de gezondheid van het dier te weten komen. Sommige problemen kunnen namelijk geleidelijk ontstaan waardoor een eigenaar niet zo gauw door heeft dat zijn of haar hond bijvoorbeeld meer is gaan drinken en plassen, wat kan wijzen op een aandoening zoals suikerziekte of problemen aan de nieren. Als een ziekte op tijd behandeld kan worden is dat goed voor het dier zelf, maar ook goedkoper voor de eigenaar. Stelt een dierenarts bijvoorbeeld wat tandsteenvorming en een lichte tandvleesontsteking vast, dan is het veel goedkoper en ook vele malen beter voor het welzijn van je hond, dat het gebit tijdig gereinigd wordt dan wanneer er na vele jaren van onopgemerkte kiespijn na verloop van tijd vele kiezen en tanden getrokken moeten worden. We spreken wel eens lacherig over de APK tijdens de vaccinatie, maar eigenlijk kan een jaarlijkse gezondheidscontrole, die altijd tegelijk met de jaarlijkse hervaccinatie wordt uitgevoerd, bij sommige honden heel erg belangrijk zijn.


Wat betekent de opkomst van de titerbepaling voor onze werkwijze?

Pups
Voor pups hanteren we nog altijd de vaccinatie op 6, 9 en 12 weken. Dit is te verkiezen boven de titerbepaling omdat deze werkwijze voor pups in onze ogen minder belastend en diervriendelijker is. Het schema heeft al verschillende decennia haar effectiviteit bewezen en bovendien voorkomen we daarmee dat pups niet gevaccineerd zouden worden omdat die op basis van hun titeruitslag niet gevaccineerd zouden kunnen worden, terwijl vaccinatie wel gewoon zou aanslaan. Bovendien blijkt uit onderzoek dat 80 tot 90% van de pups op 12 weken met succes gevaccineerd kunnen worden. Alles over de maternale immuniteit en het vaccineren van pups in hun eerste levensweken is hier uitgebreid te lezen.

Wel hebben wij het advies van de WSAVA overgenomen om de laatste puppy-enting op 12 maanden te vervroegen naar 6 maanden. Bij de 10 tot 20% van de pups die op 12 weken na vaccinatie niet voldoende eigen immuniteit hebben opgebouwd wordt daarmee de onbeschermde periode met 6 maanden ingekort en dat vinden wij een verstandig advies. Een mogelijk alternatief voor hervaccinatie op 6 maanden is om op de leeftijd van 20 weken te titeren.

Volwassen honden
Het titeren is bij ons nog niet de standaard voor hervacciniatie, maar wanneer je als hondeneigenaar voorstander bent om je hond zo min mogelijk te laten vaccineren, dan is het uiteraard bij ons mogelijk om de titer van je hond te laten bepalen en op basis daarvan te besluiten om wel of niet te hervaccineren. Ook voor die hondenbezitter die overtuigd is dat zijn of haar hond nog voldoende beschermd is kunnen we middels de titertest meer zekerheid geven.

Om voor een goede populatie-immuniteit te kunnen zorgen dienen zoveel mogelijk honden in de populatie door middel van vaccinatie beschermd te zijn. We zijn er dus voorstander van dat alle honden middels vaccinatie goed beschermd worden, ongeacht de leeftijd van een hond. Wel besteden wij extra belang aan een goede antistoftiter bij teven waarmee gefokt wordt. Zorg je er namelijk voor dat de teef goed volgens de richtlijnen gevaccineerd is, al dan niet op basis van titeren, dan is de kans dat de pups tijdens de eerste levensweken een fatale besmetting met een dodelijk virus oplopen een heel stuk kleiner. En daarmee voorkom je problemen bij pups in het nest en als ze pas het nest hebben verlaten en bij de nieuwe eigenaar zijn.